Johannes Hans (1924-1943)

johannes-hans-deelstra

Plaats In De Stamboom
Ouders: Hans Johannes Deelstra (1900-1971) & Tietje Joukes Houtsma (1901-1980)
Grootouders: Johannes Johannes Deelstra (1864-1947) & Jantje Jans Miedema (1865-1950)
Overgrootouders: Johannes Jans Deelstra (1834-1919) & Feikjen Jans Siesling (1836-1927)
Betovergrootouders: Jan Jans Deelstra (1802-1853) & Janke Pieters Vlassinga (1809-1863)
Oudouders: Jan Hendriks Dijlstra (1774-1850) & Sijtske Jans van der Meer (1777-1840)

Johannes Hans Deelstra werd op zondag 13 april 1924, op de Prins Hendrikkade 6, te Franeker geboren. Hij was het eerste kind van vader Hans Johannes Deelstra en moeder Tietje Joukes Houtsma. Na Johannes zouden er nog twee zusjes geboren worden: Trijntje Jantje in 1926 en het nakomertje Johanna Marijke Antonia in 1944. Johannes was drie jaar oud, toen zijn ouders op maandag 9 mei 1927 naar Hilversum verhuisden. Binnen Hilversum zou het gezin met grote regelmaat van adres veranderen: Frans Halslaan 51, Herenstraat 63, Hilvertsweg 95, Ruitersweg 109, Koekkoekstraat 37, Bussumerstraat 41 en tenslotte Boschdrift 16.

Vader Hans was eerst verkoper van aardappelen en groenten, toen handelaar in meubels en bedden en later matrassenmaker. Het waren zware tijden, de beurs op Wall Street was in 1929 gecrasht en de rimpels van die depressie waren ook in Nederland duidelijk voelbaar. De werkloosheid was enorm hoog, de armoede groot. Het was dus niet zo verwonderlijk dat Hans de verkoop in aardappelen en groenten moest opgeven en dat zijn meubelzaak failliet ging. Alleen Duitsland leek de grote depressie het hoofd te kunnen bieden. Onder Adolf Hitler werden enorme bouwprojecten uitgevoerd en vonden honderdduizenden werklozen weer werk. In Nederland was het de NSB onder Anton Mussert die hetzelfde nastreefde. In de beginjaren waren ze nog niet gelieerd aan Hitler of de Nazi-partij, dat zou pas in 1935 gebeuren.

Vader Hans werd in 1933 lid van NSB. In eerste instantie was het niet veel meer dan een lidmaatschap, maar dat veranderde tijdens de bezetting. De “carrière” van Hans raakte in een stroomversnelling: hij werd lid van de gemotoriseerde afdeling van de WA, reed van- en naar het buitenland en hij hield lezingen voor jonge WA-leden. Johannes was net 16 jaar oud geworden toen de Duitse bezetting begon. Toch zou het nog even duren voordat hij in zijn vaders voetsporen kon – of mocht – treden, want in mei 1940 zat hij nog op school. Hij zat op de MULO te Hilversum en in juli 1941 slaagde hij voor het A certificaat.

mulo

Op dinsdag 15 april 1941 – dus nog voor zijn afstuderen – werd Johannes lid van de NSKK (Nationalsozialistische Kraftfahrkorps). De NSKK was een gemotoriseerde bevoorradingseenheid en een hulporganisatie van de Duitse Wehrmacht. Zij zorgden voor de aanvoer van troepen en materialen en de vrachtwagens van de NSKK reden bijvoorbeeld van- en naar Duitsland, Polen, Rusland, Frankrijk. Een aantal Nederlanders (werklozen) werd gedwongen voor de NSKK te werken, Johannes deed dat echter geheel vrijwillig. Zo vader, zo zoon.

“Over onbegaanbare wegen, in sneeuw, modder en stof trekken dagelijks eindelooze colonnes ovor het wijde Russische land of door de zandwoestijnen van Afrika. Onder deze bestuurders bevinden zich ook Nederlanders, mannen die dienst namen bij het NSKK. Zij hebben zich ontwikkeld tot kerels die voor geen moeilijkheid uit den weg gaan, voor alles weten zij een oplossing.” 

nskk

Hij werd opgeleid in het Belgische Diest of Vilvoorde. De ervaringen van de nieuwe rekruten waren lang niet altijd positief en er werd veel geklaagd over de chaos bij de NSKK en de verveling van het weken achtereen niets doen. Toch kregen ze na aankomst wel degelijk een opleiding. Zo was er een geweertraining en een training in autotechniek en verkeersonderwijs. Na zijn opleiding kreeg Johannes een armband met de woorden ‘Ausländischer Kraftfahrer’ (buitenlandse vrachtwagenchauffeur). Hij kreeg een loon van 7 gulden en 50 cent (omgerekend zo’n € 49) per 10 dagen. Het geld werd op de 1e, de 11e en de 21e van de maand overgemaakt per postwissel of op een Bank- of Girorekening gestort. Contante betalingen werden niet gedaan. Johannes kreeg de rang van Stormer (NSKK-Sturmmann), vergelijkbaar met een soldaat 1e klasse in het Nederlandse leger. De laagste sport op de ladder dus. Of hij daadwerkelijk is ingezet als chauffeur en waar hij is geweest, is niet bekend. Wel weten we dat hij, na het afronden van zijn schoolstudie en de opleiding bij de NSKK, als kantoorbediende in Hilversum werkte. Op dinsdag 23 juni 1942 werd hij lid van de beruchte en gehate WA (Weerbaarheidsafdeling) en vervolgens op maandag 8 maart 1943 van de NSB.

De Duitsers hadden inmiddels de V1 (Vergeltungswaffe 1) ontwikkeld en waren volop bezig met de ontwikkeling van de V2 (de eerste onbemande, ballistische raket). In oktober 1943 waren de Duisters begonnen met de bouw van een gigantische bunker vlakbij Saint-Omer in Noord-Frankrijk, van waaruit de V2 raketten gelanceerd konden worden. De bunker had de vorm van een koepel en stond dan ook bekend onder de naam La Coupole. Duizenden Russische gevangenen (mannen en vrouwen) werkten dag en nacht aan de bouw van de bunker en velen lieten het leven (in juli 1944 werden de laatste 500 Russische gevangen per trein naar Duitsland vervoerd. Daarna is nooit meer iets van hen vernomen). De vrachtwagens van de NSKK reden af en aan, en in oktober 1943 was Johannes met zijn vrachtwagen in dit gebied. Hij was ingedeeld bij de Motorgruppe Luftwaffe en was inmiddels opgeklommen tot Obersturmman, de een na laatste rang binnen de NSKK. Het is meer dan aannemelijk dat hij de gigantische bouwplaats en de krijgsgevangenen met eigen ogen heeft gezien.

la-coupele

De Geallieerden waren al vrij snel op de hoogte van de werkzaamheden, maar toch zou het nog tot maart 1944 duren voordat ze de bunker gericht zouden bombarderen. Vanaf maart 1944 werden er 229 luchtaanvallen tegen de koepelbunker uitgevoerd, waarbij meer dan drieduizend ton bommen werd afgeworpen. De koepelbunker doorstond de bommenregen en is nu nog steeds te bezichtigen.

In het najaar van 1943 was er dus nog geen sprake van massale bombardementen, maar dat neemt niet weg dat wegen, spoorlijnen en konvooien tijdens de oorlog onophoudelijk gebombardeerd werden. Tijdens zo’n bombardement doorboorde een bomsplinter de rechter halsslagader van Johannes. Hij stierf in het plaatsje Blendecques, een paar kilometer verwijderd van Saint-Omer. Volgens de Nederlandse documenten gebeurde dit op zaterdag 23 oktober, volgens de Duitse precies een maand later, op dinsdag 23 november 1943. Johannes zijn ouders plaatsten eind november een rouwadvertentie in de krant, waarin ze schreven dat zij “heden”, vrijdag 26 november 1943 het bericht van zijn overlijden hadden ontvangen. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat dit bericht – in de oorlog – binnen drie dagen in Nederland kon aankomen, dus het is aannemelijker dan hij op zaterdag 23 oktober 1943 is overleden en dat het bericht op vrijdag 26 november bij Johannes zijn ouders is binnengekomen. Een paar maanden na zijn overlijden ontvingen zijn ouders het uniform dat hij op de laatste dag van zijn jonge leven had gedragen. In het pakket zat ook een ingelijste foto van Johannes (dat zou heel goed de foto bovenaan dit profiel kunnen zijn). Hij werd begraven te Saint-Omer, op het Ehrenfriedhof, graf nummer 15, rij VI. Johannes Hans Deelstra werd slechts 19 jaar oud.

Zijn overlijden zou de relatie tussen zijn ouders onherstelbaar beschadigen. Zijn vader moest na de oorlog voor een tribunaal verschijnen en zou ruim twee jaar in gevangenisschap doorbrengen. Zijn vrouw Tietje zou hem nooit vergeven wat hij haar en haar gezin had aangedaan. Haar enige zoon was gestorven en lag honderden kilometers verderop begraven. Ze bracht steeds meer tijd bij haar familie door. De lange schaduwen van de oorlog zouden nooit verdwijnen.

overlijden-johannes

overlijden-joh