Hans Johannes (1872-1941)

Franeker 03

Plaats In De Stamboom
Ouders: Johannes Jans Deelstra (1834-1919) & Feikjen Jans Siesling (1836-1927)
Grootouders: Jan Jans Deelstra (1802-1853) & Janke Pieters Vlassinga (1809-1863)
Overgrootouders: Jan Hendriks Deelstra (1774-1850) & Sijtske Jans van der Meer (1777-1840)

Hans Johannes Deelstra werd op maandag 9 september 1872, des namiddags ten twee ure op Schilbanken 6 te Franeker geboren. Zijn vader Johannes Jans was 38 jaar oud en  winkelier van beroep, en zijne huisvrouw Feikje Jans Sijsling was 36 jaar. Hans was het zevende kind in het gezin, maar zijn oudere broertje en naamgenootje was in 1871 op 4-jarige leeftijd overleden. Hij groeide dan ook op met drie zusjes en twee broertjes. Zijn zuster Janke was de oudste met haar twaalf jaar. De jongste, zijn zusje Anna, was bijna drie. Na Hans zouden er nog twee kinderen geboren worden, waarvan de eerste drie maanden oud zou worden en de tweede slechts twee dagen. In februari 1880 werd er vervolgens nog een levenloos jongetje geboren. En zo was en bleef Hans de benjamin van het gezin.

Het leven in 1872 was nog diep verankerd in het verleden. Zeker, er was in 1863 een treinverbinding tussen Leeuwarden en Franeker gekomen, maar buiten dat leek de tijd te hebben stilgestaan. Alleen al in de wijk waar Hans geboren werd, woonden en werkten nog een touwslager, een turfdrager, een grofsmid, een pompmaker, een panbakker, een zeilmaker en talloze timmermannen en timmermansknechten. En bakkers, veel bakkers. Hylke Hoekstra was bijvoorbeeld een bakker in de wijk waar Hans opgroeide, net als bakker Hendrik Zuiderbaan, Lucas Jan Wieten en Hotte Douwes de Jong. Bollopers waren er ook in overvloed, ofwel: broodventers die met een broodkorf naar de klanten gingen. En geen auto op de weg, want auto’s waren er nog niet. Hans kon het niet weten toen hij nog maar een jochie was, maar hij zou het allemaal mee gaan maken: de eerste auto, het eerste gemotoriseerde vliegtuig in 1903 dat precies 12 seconden in de lucht bleef en 37 meter aflegde. De komst van de telefoon en het elektrisch licht. In 1872 ratelden de karren nog over de keien, haalde men het water uit de pomp, verlichtte men het huis met petroleumlampen en kaarsen en deed men zijn behoefte op het “húske” achter de woning. En zelfs dat laatste, het tonnetje achter het huis, werd pas ingevoerd na de geboorte van Hans. Tot die tijd deden de mensen hun behoefte gewoon buiten. Toen Hans geboren werd, werden de straatlantaarns nog aangestoken met olielampjes. Deze lampjes werden in de avond één voor één aangestoken. Tegen middernacht werden alle lantaarns vervolgens weer gedoofd en was het dus aardedonker in Franeker. Pas in 1880 werden de gaslampen in gebruik genomen. De wereld waarin Hans opgroeide en de wereld waarin hij overleed zouden onherkenbaar van elkaar zijn.

Witmarsum

Hij was 18 jaar oud, toen hij op woensdag 26 augustus 1891 Franeker voor Witmarsum verruilde. Hij ging er als bakkersknecht werken bij de 31-jarige Albertus Piekema, die een maand ervoor een bakkerij in Witmarsum had geopend. Hans woonde bij de familie Piekema, in het huis genummerd 117. Hij was niet de enige bakkersknecht, bakker Piekema had er maar liefst nog zes in dienst! Daarnaast waren er nog drie dienstmeisjes en een kantoorbediende in huis. Inclusief het echtpaar Piekema en hun kinderen woonden er in 1891 in totaal 16 personen in hetzelfde huis. In 1892 moest Hans zich melden bij de Nationale Militie voor de militaire keuring, waar hij wegens broederdienst werd vrijgesteld. Opmerkelijk is wel dat hij bij de keuring broodbakker als beroep liet noteren, en niet bakkersknecht.

Op vrijdag 11 maart 1892 nam hij ontslag bij bakker Piekema en op dinsdag 15 maart 1892 verhuisde hij naar Amsterdam. Dat leek een opmerkelijke stap voor iemand die hoogstwaarschijnlijk nog nooit buiten de provincie was geweest. Maar toch was deze beslissing verklaarbaar, want zijn oudste zuster Janke was in april 1891 in het huwelijk getreden met Mijndert Schaap, koopman te Amsterdam. Janke en haar man vestigden zich in Amsterdam en verhuisden in februari 1892 naar de Oudezijds Voorburgwal 90 (waar nu coffeeshop The Bulldog gevestigd is). Hans trok bij hen in en ging werken als kantoorbediende voor koopman Mijndert, de echtgenoot van Janke. In september 1894 verhuisden ze naar de Heiligeweg 3 in Amsterdam en uiteindelijk zouden Janke en haar man in april 1898 naar Apeldoorn verhuizen. Waar Hans in de jaren tot aan zijn huwelijk gewoond heeft, is onbekend.

Trouwen

Hans Johannes Deelstra was 30 jaar oud toen hij op donderdag 11 juni 1903 in het huwelijk trad met de 25-jarige Christina Sophia Carolina Waidelich. Christina werd geboren in Amsterdam en het was de verloskundige Johan Philip Udink die de aangifte van geboorte deed. Hij verklaarde dat in zijn bijzijn op woensdag 17 april 1878, des voormiddags ten drie ure, in het huis, staande Batavierstraat no. 75, is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht, uit Sophia Carolina Bader. Vader Johannes Waidelich, zo staat in de akte, was ongesteld en kon dus zelf geen aangifte van geboorte doen. Christina’s vader was in Duitsland geboren, in het plaatsje Göttelfingen en was bakker van beroep. Ze zou haar vader nooit leren kennen, want hij overleed vijf weken na haar geboorte. Haar vader werd slechts 37 jaar oud.

Overlijden Johannes

Alleen Christina’s moeder was bij het huwelijk aanwezig, want de ouders van Hans hadden de oversteek vanuit Friesland niet gemaakt. En zo ondertekenden de bruid, de bruidegom en Christina’s moeder de huwelijksakte. Een van de getuigen was zijn zwager (en oude werkgever) Mijndert Schaap, die speciaal uit Apeldoorn was overgekomen. Ook Hilbert Visser zal een speciale band met het bruidspaar hebben gehad, want het is uitgesloten dat een kantoorbediende uit Den Haag helemaal naar Amsterdam reisde om getuige te zijn bij een huwelijk van twee mensen die hij nooit eerder had ontmoet. De getuigen:

  • Mijndert Schaap, 40 jaar, koopman, woonachtig te Apeldoorn
  • Luwdwig Cornelis Bader, 50 jaar kantoorbediende, woonachtig te Amsterdam, oom der echtgenoote 
  • Hilbert Visser, 52 jaar, kantoorbediende, woonachtig te ’s Gravenhage
  • Adolf Victor Bergsneider, 28 jaar, poelier, woonachtig te Amsterdam

Hans en ChristinaHandtekeningenSophia en Hans zouden samen de volgende kinderen krijgen:

  1. Sophia Carolina, 26 juni 1904 te Amsterdam – ca. 2000 te Heerenveen
  2. Feikje, 29 september 1906 te Amsterdam – ca. 1986 te Lelystad
  3. Johannes, 14 januari 1908 te Amsterdam – 22 november 1984 te Haarlem (76 jaar)
  4. Hans 5 februari 1912 te Amsterdam – 20 april 1992 te Amsterdam (80 jaar)

Na hun huwelijk woonde het gezin eerst in de Wijde Gasthuismolensteeg 10 – II hoog. Het was daar dat hun eerste kindje geboren werd. Hans had inmiddels zijn baan als kantoorbediende opgegeven en was handelaar in aardappelen geworden. Of, zoals het zo mooi op zijn persoonskaart staat: hand in aard. In oktober 1903 was hij degene die de aardappelen aan de gevangenis te Haarlem mocht leveren, voor een bedrag van 3 gulden per 50 kilo. Die drie gulden in 1903 zou nu iets meer dan € 36 waard zijn (ter vergelijk: in augustus 2014 bracht 100 kilo aardappelen slechts € 1,50 op). Op maandag 3 april 1905 verhuisde Hans met zijn gezin naar een woonschip dat op de Prinsengracht voor perceel no. 133 aangemeerd lag. Aan boord van dit schip zouden hun overige kinderen geboren worden. In 1906 lukte het Hans om de aanbesteding bij de Marine te Amsterdam in de wacht te slepen voor het leveren van aardappelen, tegen 1,58 gulden per 50 kg. De aardappelen waren bestemd voor de bemanningen van Hare Majesteit’s Oorlogsschepen die in de haven van Amsterdam aan de kade lagen. Precies een jaar later verzegelde hij wederom de aanbesteding bij de Marine, ditmaal voor een bedrag van 3,28 gulden per 100 kg.

Hans, Christina en de kinderen op het woonschipWoonschipjuni 1906juni 1907 1

Johannes Deelstra was de oudere broer van Hans en woonde in Franeker. Johannes was stoomboot kapitein van beroep en in 1907 besloten de broers hun krachten te bundelen. In dat jaar 1907 zien we de firma naam dan ook veranderen van H. Deelstra in J. en H. Deelstra. In datzelfde jaar 1907 plaatste de Vereeniging van Kooplieden en Winkeliers in Aardappelen, genaamd “Wederzijdsch Belang” een forse advertentie in de krant waarin ze het publiek erop wezen dat Groningen, Drente en Overijssel met Zandaardappelen adverteerde. “Behalve dat ze weinig duurzaamheid bezitten en licht tot rotting overgaan, hebben ze aanzienlijk minder voedingswaarde dan Friesche, Zeeuwsche of Geldersche kleiaardappelen,” aldus de advertentie. Daarom stelde het bestuur voor dat het publiek zich richtte tot onderstaande handelaren, “die allen u goede duurzame aardappelen kunnen leveren tot scherp concurreerende prijzen.” In de linkerrij, de vierde van boven, zien we de broers Deelstra.

Aanbevolen

Christina en HansChristina en Hans

Zoals we aan het lijstje met aardappelhandelaren kunnen zien, was de concurrentie groot. Want dit waren alleen nog maar de handelaren die door de Vereniging werden aanbevolen. En toch deden de broers het goed, want ze bleven de orders binnenhalen. Zomaar een greep van de aardappelen die door hen geleverd werden:

  • 1907: aan het garnizoen te Haarlem
  • 1908: aan de soldaten-menages te Amsterdam
  • 1908: aan het garnizoen te Haarlem
  • 1909: aan het Rijkskrankzinnigengesticht te Medemblik (voor en prijs van 0.0495 cent per kilo)
  • 1909: aan het garnizoen te Haarlem
  • 1910: aan de soldaten-menages te ’s Hertogenbosch
  • 1912: aan het 10e Regiment Infanterie te Haarlem
  • 1914: aan het Diaconie Weeshuis der Ned. Hervormde Gemeente te Amsterdam

Op zaterdag 8 februari 1812 verhuisde Hans met zijn gezin naar de Brouwersgracht 71 te Amsterdam. Dat was niet meer op een boot, maar het huis zelf. Iets meer dan drie jaar zouden ze er wonen en op dinsdag 11 mei 1915 verhuisden ze naar de Brouwersgracht 103 (bovenhuis). In het jaar 1917 trok Christina’s moeder bij hen in en een jaar later kwam ook Jan Deelstra een paar maanden inwonen. Jan was een van de kinderen van Johannes, de broer waarmee Hans in zaken was. Jan was dus het neefje van oom Hans. In de jaren twintig zouden Hans en zijn gezin nog tweemaal verhuizen. Hadden ze een aantal jaren in het bovenhuis op de Brouwersgracht 103 gewoond, vanaf vrijdag 15 juni 1923 woonden ze op Brouwersgracht 103-huis. Maar ook dat was maar van korte duur, want op woensdag 15 april 1925 verhuisden ze naar de Brouwersgracht 70.

Hans op zijn aardappelschipHans op zijn boot

Tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1914-1918 bleef Nederland neutraal. Maar de gevolgen van die oorlog waren wel degelijk in ons land voelbaar. De werkloosheid steeg, het voedsel werd schaars en ging op de bon en er werden gaarkeukens opgericht. Gaandeweg de oorlogsjaren werden de eerste levensbehoeften steeds duurder en schaarser. Ook aardappelen werden schaars. Op donderdag 28 juni 1917 ging het gerucht door de stad dat er een schip vol aardappelen in de Prinsengracht lag. Aardappelen die niet bestemd waren voor de bevolking, maar voor de militairen. De bom barstte. Het waren niet de mannen, maar de vrouwen die in opstand kwamen. Een grote groep arbeidersvrouwen toog naar de Prinsengracht en plunderde de aardappelboot. De politie greep in en een van de wethouders van Amsterdam beloofde dat er binnen een paar dagen aardappelen verkrijgbaar zouden zijn. Dat was waar, maar ze waren voor een eenvoudig arbeidersgezin simpelweg onbetaalbaar. Op maandag 2 juli vond er grote demonstratie plaats. Er werd door de politie geschoten en er vielen doden en gewonden. De regering stuurde een legereenheid naar Amsterdam die zijn tenten opsloeg op het Museumplein. Uiteindelijk zou het aardappeloproer van 1917 aan negen mensen het leven kosten. En dit gebeurde dus allemaal in de stad waar Hans en zijn gezin woonde. Sterker nog: waar Hans een boterham verdiende met de verkoop van die schaarse aardappelen. Ook voor hem en zijn gezin zullen het magere jaren zijn geweest.

In de jaren na de eerste wereldoorlog breidde hun handel zich gestaag uit, want naast aardappelen verkochten ze ook uien en later ook groenten en peulvruchten. In 1921 produceerden ze een heuse wandkalender (firma J. en H. Deelstra). Een van deze kalenders bereikte zelfs Suriname (zie eerste advertentie hieronder). Ambitieus was Hans ook, want in 1923 stelde hij zich “candidaat voor de Amsterdamsche Raadsverkiezing” voor de sector Aardappelen- groenten- en fruithandelaren. Het werd geen succes, want met slechts 16 stemmen in drie kieskringen eindigde hij op de laatste plaats. Misschien had hij niet voldoende campagne gevoerd, of – wie weet – bleef hij in de ogen van de Amsterdammers toch een Fries, een buitenstaander, een vreemde eigenheimer.

Kalender25 jaar

Er waren ook jaren van verlies en verdriet. Zo was zijn zus Anna al in 1906 overleden, gevolgd door zijn zuster Hylkje in 1911. En in september 1919 verloor hij zowel zijn vader (2 september) als zijn zus Janke (26 september). Of hun dood iets met de Spaanse Griep te maken had, die alleen in Nederland 30.000 mensen slachtoffers zou eisen (wereldwijd 50 miljoen), zal waarschijnlijk nooit met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Feit blijft dat hij in amper vier weken tijd twee dierbaren verloor. Zijn moeder zou in 1927 overlijden en het jaar erop (maandag 11 juni 1928) vierden Hans en zijn vrouw Christina hun 25-jarig huwelijksfeest. Twee jaar later, in september 1930, meldde broer Johannes vanuit Franeker dat hij dat jaar een enorme aardappel-oogst had. Hij had in het voorjaar 100 aardappelen gepoot en het rooien van slechts vijf planten had hem al 38 pond aardappelen opgeleverd. Dat leek fantastisch nieuws voor de broers, maar de timing was slechts. In 1929 was de beurscrash op Wall Street en de rimpels van deze catastrofe zouden ook weldra in Europa voelbaar zijn. Onze economie maakte een diepe val, er volgde enorme werkloosheid en bittere armoede. Dit zal de handel van de gebroeders absoluut beïnvloed hebben.

Hans in het midden, met links zijn zoon Hans junior en rechts zijn zoon Johannes
Generaties

Zoals gezegd, Hans zou het allemaal meemaken. De schaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog, het ongekende optimisme van de jaren twintig, de crisis in de jaren dertig en de eerste jaren van de Duitse bezetting. Hij heeft gezien hoe de Joodse bevolking van Amsterdam stap voor stap werd gekleineerd en geïsoleerd, hij heeft in februari 1941 de Amsterdammers in opstand zien komen, heeft gezien hoe de Duitse Ordnungspolizei de brug blokkeerde bij de Prinsengracht en de Brouwersgracht om het verzet te breken. Hij heeft de eerste grote razzia’s meegemaakt, de gruwelen moeten aanschouwen waartoe mensen in staat zijn. En toen, plotseling aldus de rouwadvertentie, overleed Hans, op donderdag 18 december 1941 te Amsterdam. Hij woonde nog steeds met zijn vrouw op de Brouwersgracht nummer 70. Hij werd gecremeerd op zaterdag 20 december 1941 te Driehuis-Westerveld. Hans Johannes Deelstra werd 69 jaar oud.

Hans OverledenHans 1872

Christina bleef alleen achter. In een bezette stad, waar de Jodenbuurt vrijwel geheel zou verdwijnen, waar regels, restricties en represailles het leven bepaalden. Ze overleed op maandag 28 augustus 1944 te Amsterdam. Ze stierf aan de vooravond van vreselijke hongerwinter van 1944-1945, die met name de grote steden zou treffen en die aan ruim twintigduizend mensen het leven zou kosten. Dat gevecht op leven en dood is haar gelukkig bespaard gebleven. Ze werd op vrijdag 1 september 1944 gecremeerd te Driehuis-Westerveld. Christina Sophia Carolina Waidelich werd 66 jaar oud.

Overlijden Christina