Jan Jans (1802-1853)

Plaats In De Stamboom
Ouders: Jan Hendriks Deelstra (1774-1850) & Sijtske Jans van der Meer (1777-1840)

Hoe verwarrend de zoektocht naar onze voorouders kan zijn, bewijst het verhaal van de man die als Johannes Dijlstra geboren werd, maar als Jan Deelstra zou overlijden. Met nog een vleugje Dijkstra ertussenin om ons allemaal op een dwaalspoor te zetten.

Laten we bij het begin beginnen: Johannes Jans werd op donderdag 9 juni 1802 geboren en gedoopt (Rooms Katholiek) te Lekkum. En hier begint meteen de verwarring, want in de (prachtige) akte lezen we dat zijn vader Johannes Hendriks heet, terwijl hij in alle andere documenten Jan Hendriks genoemd werd. Zo ook de moeder, die in dit document met Citske Jans Meinders werd aangeduid, terwijl zij in alle andere stukken Sijtske Jans (van der Meer) werd genoemd. Toch, dit is de juiste akte en dus werd Johannes in 1802 gedoopt. Buiten het feit dat er van de akte niets klopte, klopte het tot zover. Immers, vader Jan Hendriks liet pas in 1811 pas de naam Deelstra officieel registreren, dus een Dijlstra in 1802 is te verklaren.

In 1821 meldde hij zich voor de militaire keuring voor de Nationale Militie Provincie Vriesland. Daar werd hij uit hoofde van gebrek aan lengte vrijgesteld voor dienst. Met andere woorden: hij was onder de 1.55 meter. In de daarop volgende jaren diende hij zich steeds opnieuw te laten keuren, in de hoop dat de rek erin zat. Het mocht – gelukkig voor hem – niet baten: hij bleef te klein en werd uiteindelijk vrijgesteld van dienst.

Jan (alias Johannes) Jans trouwde op donderdag 4 december 1828 te Franeker, om 11.00 uur in de ochtend met Janke Pieters Vlassinga. Jan was 26 jaar oud, woonachtig te Lekkum en tigchelknecht (stenen stapelaar) van beroep. Janke was nog maar 19 jaar oud, woonachtig te Franeker en dienstmeid van beroep. Ze werd op vrijdag 15 september 1809 te Franeker geboren en op 23 november gedoopt. Net als haar man was ze Rooms Katholiek. Haar vader, Pieter Pieters Vlassinga, was al overleden, haar moeder Antje Jacobs de Groot was bij het huwelijk aanwezig. Bij ondertekening gaven de bruid, de moeder van de bruid en de vader van de bruidegom aan niet te kunnen schrijven, daar zij zulks niet geleerd hadden.

De voornaam Johannes was dus blijkbaar verdwenen, want in alle documenten zullen we vanaf nu alleen nog maar de voornaam Jan tegenkomen. Merkwaardig is het feit dat Jan Jans voor deze gelegenheid toch weer (of toch nog) de naam Dijlstra van stal haalde. Dit was geen verschrijving van de ambtenaar van de Burgelijke Stand: Jan Jans tekende het document wél en daarop is duidelijk te zien dat hij de naam Dijlstra gebruikt. De jongen moet de kop-in-de-nekke gehad hebben, want zijn vader had 17 jaar daarvoor al officieel laten noteren dat hun achternaam Deelstra was.

In bijna alle gevallen waren de gehuwden niet in staat de kosten te dragen voor het afsluiten van het huwelijk. In een dergelijk geval kon dan een Certificaat van Onvermogen aangevraagd worden. Niet door de persoon zelf, maar door twee familieleden of vrienden die onder ede getuigden dat de persoon in kwestie onvermogend was de kosten voor het huwelijk te betalen. In het certificaat van Janke Pieters, geschreven op 30 oktober 1828, lezen we onder andere: De Burgermeester der stad Franeker, certificeert bij dezen op het getuigenis van Jan Jans Bloemsma, timmerknecht en Tjeerd Sjoerds Koster, kuiper, beide aldaar woonachtig, bekende geloofwaardige en meerderjarige mensen, dat Janke Pieters Vlassinga, dienstmeid te Franeker woonachtig, arm en behoeftig is en uit dien hoofde onvermogend om de onkosten te betalen voor Acten, Schriftieren enz, welke zij benoodigd is teneinde een wettig huwelijk aangegaan. De getuigen bij het huwelijk waren:

  • Gerhardus du Pont, 27 jaar, klerk, woonachtig te Leeuwarden, geene familie van bruidegom noch bruid
  • Sijne Jans Fonk, 75 jaar, executeur, woonachtig te Leeuwarden, geene familie van bruidegom noch bruid
  • Jan Ankrenga, 75 jaar, veldwachter, woonachtig te Lekkum, geene familie van bruidegom noch bruid
  • Jan Hendriks Dijlstra, 53 jaar, tigchelknecht, woonachtig te Lekkum, vader van den bruidegom

JJDijlstra

Bij ondertekening verklaarden de bruid, des bruidegoms vader eb de bruids moeder niet te kunnen schrijven, dewijl zij zulks niet geleerd hadden. Bij de aangifte van de geboorte van zijn eerste twee kinderen gebruikte Jan Jans nog steeds de naam Dijlstra. Jan Jans de Koppige, dus. Maar nog vreemder: in de akte van zijn eerstgeboren zoontje werd per abuis de achternaam Dijkstra (= Dijlstra = Deelstra) genoteerd. Een klerk met een vooruitziende blik dus. Bij de geboorte van Pieter, hun 3e kindje, was het dan eindelijk goed en vanaf dat moment bleef het Jan Deelstra.

  1.  Jan, 15 mei 1829 te Midlum – overlijden nog onbekend, in ieder geval voor 1838
  2. Cecilia, 22 juni 1830 te Leeuwarden – overlijden nog onbekend, in ieder geval voor 1838
  3. Sytske, 1831 te Lekkum – 9 maart 1845 (14 jaar)
  4. Pieter, 12 april 1832 te Lekkum – 31 mei 1839 te Leeuwarden (7 jaar)
  5. Johannes, 8 mei 1834 te Stiens – 2 september 1919 te Franeker (85 jaar)
  6. Antje, 19 november 1836 te Stiens – 13 maart 1911 te Franeker (74 jaar)
  7. Petronella, 8 juni 1839 te Leeuwarden – 28 december 1925 te Franeker (86 jaar)
  8. Ytje, 17 januari 1842 te Leeuwarden – 1 augustus 1849 te Leeuwarden (9 jaar)
  9. Hendrik, 14 oktober 1844 te Aalsum – 7 oktober 1923 te Franeker (78 jaar)
  10. Tjitze, 13 juni 1848 te Lekkum – 17 mei 1915 te Leeuwarden (66 jaar)

Het is verbluffend te zien hoe vaak en hoe ver Jan Jans en zijn gezin verhuisde: Midlum, Leeuwarden, Lekkum, Stiens, weer terug naar Leeuwarden, Aalzum en weer terug naar Lekkum. Begin 19e eeuw werd men geboren in het dorp, men trouwde er en men overleed er. Huwelijkspartners kwamen uit het dorp zelf of uit het nabijgelegen dorp. Zelden werd een partner op meer dan 10 kilometer van het geboortedorp gevonden. Jan Jans bleek echter (net als zijn vader) een kleine globetrotter te zijn en dit had te maken met zijn werk in de steenbakkerij.

Volgens het bevolkingsregister van Leeuwarden vestigden Jan Jans en zijn vrouw Janke zich in 1838 op ’t Vliet te Leeuwarden. Pas na de dood van Jan Jans in 1853 zouden Janke en de kinderen in 1855 Leeuwarderadeel verruilen voor Franeker.

Steenbakkerij

Steenbakken was aanvankelijk seizoenswerk. De eenvoudige steenovens, met slechts een paar vuurkanalen, brandden eigenlijk alleen als er vraag was en het weer er een beetje naar stond. Veel kapitaal was er niet voor nodig, dus als er geen werk was dan ging de zaak dicht en stonden de steenbakkers op straat. Het ongeschoolde werkvolk leidde een zwaar en onzeker bestaan. Veel werknemers in de steenbakkerij waren trek-arbeiders die in het seizoen naar de streken kwamen waar steen werd gebakken. De tichelwerk ovens van Franeker waren berucht, omdat daar gewerkt werd van ’s ochtends 2 tot ’s avonds 10 uur. Ook vrouwen- en kinderarbeid waren in de steenbakkerij heel gewoon.

Hoe zwaar het leven voor het gezin was, bewijst deze aangrijpende notitie die in de strafregisters gevonden werd. Het betreft de veroordeling op 5 december 1849 van moeder Janke Pieters en haar dochtertje Antje, die toen 13 jaar was. Beiden werden veroordeeld tot 10 dagen gevangenisstraf voor bedelary. Daarna werden ze overgebracht naar het bedelaarsgesticht. Hoogstwaarschijnlijk was dit het bedelaarsgesticht in Veenhuizen (de latere gevangenis), maar het gebeurde ook dat veroordeelden naar Ommerschans in Drenthe overgebracht werden. Waar ze ook terecht kwamen; het geeft aan hoe arm dit gezin was.

Bedelary

Veenhuizen

Jan (alias Johannes Dijlstra) overleed op maandag 15 augustus 1853, 07.00 in de morgen te Franeker, in het pand OV 54. In de overlijdensakte lezen we dat Jan inmiddels slager van beroep was, maar het pand waarin hij in 1853 overleed was indertijd een scheepswerf annex timmerschuur. Het feit dat hij daar overleed, wil uiteraard niet zeggen dat hij er ook werkzaam was. Jan Jans Deelstra werd 51 jaar oud. Voor Janke Pieters braken andermaal zware tijden aan met nog vier opgroeiende kinderen in huis. Tussen 1857 en 1858 woonde ze op de Zuiderkade 51, verhuisde in 1858 naar de Wijdesteeg 8 en in 1861 vervolgens naar Noord 110. Uiteindelijk zou ze in 1862 bij haar dochter Antje en haar schoonzoon Rinse Jans Elsinga intrekken op Godsacker 26. Daar overleed ze tenslotte op donderdag 19 maart 1863, om 01.00 uur in de nacht. Janke Pieters Vlassinga werd 53 jaar oud.

Franeker 14

Advertenties