Geboorte

Geburt3

Eva verleidde Adam in het aards paradijs. En zo werd de vrouw eeuwenlang met onreinheid in verband gebracht. Een man werd dan ook niet geacht bij een bevalling aanwezig te zijn. Wat er zich achter gesloten deuren in de kraamkamer afspeelde was taboe. In 1552 verkleedde dr. Wertt uit Hamburg zich als vrouw om een bevalling met eigen ogen te kunnen zien. Hij werd betrapt, veroordeeld en op de brandstapel gezet. Het was dus echt een heet hangijzer, zogezegd. Dat bleef het tot ver in de 20e eeuw, want de vraag waar de kinderen vandaan kwamen was een uiterst ongemakkelijk onderwerp. En zo werden er allerlei fabeltjes verzonnen om de herkomst van kinderen te verklaren:

  • ze werden uit de boom geplukt
  • ze kwamen uit het riet
  • of uit een bron
  • een gracht
  • een put
  • ze lagen in de duinen
  • ze werden gebracht door de vloed
  • of een schip
  • ze werden gemaakt door dokters
  • ze werden gekocht op de markt

En uiteraard kwamen ze uit de kool. Had het kind rossig haar dan kwam het uit de rode kool, was het blond dan kwam het uit een witte kool. Apekool natuurlijk, weten we nu. De ooievaar was ook populair en wordt ook nu nog als symbool op geboortekaartjes gebruikt.

ooievaar vliegt

Voor de wetenschap was de zwangerschap lange tijd een groot mysterie, en zo werden allerlei bakerpraatjes voor waar aangenomen. Dronk de vrouw een glas azijn per dag, dan werd het kind mager. Boter maakte het kind blozend. Rauwe wortelen eten of het dragen van blauwe kleding stonden garant voor het krijgen van een zoon. Zag de vrouw tijdens haar zwangerschap een haas wegspringen, dan was de kans groot dat het kind een hazenlip zou krijgen. Schrok de vrouw van iets lelijks of naars, dan was dat zeer nadelig voor het nog ongeboren kind. Schrok ze toch (zat de schrik erin, zullen we maar zeggen), dan moest ze ervoor zorgen dat ze haar lichaam niet aanraakte met haar hand. Deed ze dat wel, dan kreeg het kind een wijnvlek.

De geboortedag kon ook allerlei voorspoed of tegenslag betekenen. Wie op woensdag of zondag ter wereld kwam, kon rekenen op een gelukkig leven. Wie echter het noodlot had op vrijdag geboren te worden, zou spoedig sterven. Als het kind geboren was legde de baker (vaak een buurvrouw) de baby in de luren. Er werd een doek om het hoofdje gebonden dat de fontanel moest beschermen. Vervolgens ging er een linnen doek en een wollen luier om het hele lijfje en tenslotte een zwachtel van de voeten tot de oksel, zodat het kind de benen niet kon bewegen.

Direct na de geboorte werd een geboorteklopper aan de deur opgehangen; een kanten handwerkje met een papiertje erin als er een meisje geboren was. De geboorte van een jongen kwam zonder papieren. Het kloppertje zorgde er ook voor dat verzoeken om geld (uitstaande rekeningen) tot nader order opgeschort werden. Familie en buren stroomden vrijwel direct na de geboorte de kraamkamer binnen. Dat zorgde soms voor wilde taferelen, zoals een dominee in 1743 noteerde: zoals aanstonds na de geboorte het kraamhuis vervuld werd met ijselijk geschreeuw, getier, geroep, gepaard gaande met zondige danserijen. De kraamvisite kreeg kandeel ingeschonken (brandewijn met kaneel, kruidnagelen en rauwe eieren), de kinderen kregen suikerbollen of gesuikerde boterhammen. Vanaf 1860 werd de beschuit met muisjes populair, een traditie die nu ruim 150 jaar bestaat.

beschuit-met-muisjes

Advertenties